Menskracht
Hoeveel werk verzet moet worden, hangt af van de bestaande situatie in relatie tot de toekomstambities van uw gemeente. Sluit u aan bij bestaand beleid? Heeft u actuele informatie over vraag en aanbod snel paraat en is het een kwestie van bijeenzetten in een plan? Of gebruikt uw gemeente het beleidsplan voor een totale herijking van alles wat onder de Wmo valt, inclusief aanpalende beleidsvelden?




Gevraagde kwaliteiten
De manier waarop uw gemeente de cliënten- en burgerparticipatie vormgeeft, is eveneens van invloed op de personele inzet. Niet alleen voor de hoeveelheid werk, maar ook voor het soort kwaliteiten dat van de projectleider en -medewerkers gevraagd wordt. Als uw gemeente bijvoorbeeld kiest voor optimaal interactieve beleidsvorming, zal een projectleider in de eerste plaats communicator en inspirator moeten zijn. Hij of zij heeft een procesbewakende rol. Als uw gemeente een meer traditionele aanpak kiest, ligt de nadruk op inhoudelijke vakkennis.
Investeren in kennis en ervaring
Omdat het Wmo-beleidsplan een nieuwe taak is, zal het in eerste instantie een extra inspanning vergen. Zijn er mogelijkheden om dit binnen de bestaande formatie op te vangen? Kan de formatie worden uitgebreid? Of wordt iemand van buiten aangetrokken? Dit kan een externe projectleider zijn, maar ook iemand die lopende zaken afhandelt zodat de vaste medewerker ruimte krijgt voor het Wmo-project.
Uw keuzes hebben consequenties voor de langere termijn. Investeringen die u nu doet in de kennis en ervaring van eigen medewerkers, betalen zich in de loop van de tijd terug. Het Wmo-beleidsplan is er niet alleen om zaken op een rij te zetten. Het dient ook om jaarlijks de voortgang te beoordelen van de praktische uitvoering. En na vier jaar moet u een nieuw plan schrijven. Het zijn allemaal overwegingen die u moet maken rond de personele inzet.



