Intergemeentelijke samenwerking
Veel gemeenten kiezen voor samenwerking met regiogemeenten bij de voorbereiding en/of uitvoering van de Wmo, om diverse redenen:
- kosten drukken;
- meer diversiteit kunnen bieden;
- efficiencywinst behalen door schaalgrootte;
- de acceptatie bij de burgers (hoe verkoop ik dat ik andere regels heb dan mijn buurgemeente bij vergelijkbare behoeften);
- het reeds delen van intergemeentelijke diensten zoals GGD of sociale dienst;
- de mogelijkheden om als regio samen een krachtiger regie te kunnen voeren ten opzichte van grote aanbieders.




Handreiking en handvatten
In de gereedschapskist Wmo vindt u een handreiking over samenwerking tussen gemeenten. Sinds het uitbrengen van deze handreiking zijn enkele wijzigingen doorgevoerd, die u treft in dit 'memo wijzigingen'. Voor kleine en middelgrote gemeenten schreef onderzoeksbureau E&S de Wmo-handreiking 'Met beide voeten op de grond'. Lees bijvoorbeeld hoofdstuk 9, 'Krachtenveldanalyse'.
In deze fase zult u willen weten op welke onderwerpen van de Wmo intergemeentelijke samenwerking bestaat, wat de samenwerking inhoudt en hoe tevreden uw gemeente over samenwerking is. U zult deze vragen niet in algemene zin kunnen beantwoorden. U moet daarover specifieke informatie inwinnen bij de ambtenaren die deelnemen aan samenwerkingsverbanden. Naast inhoudelijke en praktische argumenten speelt ook de samenwerkingservaring en –traditie van uw gemeente een rol.



