Demografische en sociale profiel van uw gemeente

Om te bepalen welke vraag om ondersteuning te verwachten is, heeft u inzicht nodig in bevolkingssamenstelling en gegevens over zelfredzaamheid en participatie. Waarschijnlijk beschikt uw gemeente al over het merendeel van deze gegevens. Zijn deze nog actueel?

Leestips: algemeen

Veel gemeenten hebben een eigen bureau voor onderzoek en statistiek dat veel informatie paraat heeft. Gegevens zijn bijvoorbeeld te vinden in inventarisaties voor een leefbaarheids- of gezondheidsmonitor. U kunt ook zorg- en welzijnsinstellingen bevragen en cliëntenorganisaties zoals Zorgbelang en MEZZO. Andere bronnen zijn de GGDCWI, de Kamer van Koophandel, de provincie en haar onderzoeksbureaus. Landelijk worden demografische en sociale gegevens verzameld bij het CBS. Kijkt u bijvoorbeeld bij CBS/Gemeente op Maat. Ook interessant zijn de CBS-feiten en -cijfers omtrent Gezondheid, Zorggebruik en Vrijetijd per provincie en landsdeel en het dossier met cijfers omtrent vergrijzing. Ook het SCP is een rijke bron van cijfermateriaal, zie bijvoorbeeld de voorzieningenindex (ontwikkeld in samenhang met 'Thuis op het platteland'). Gegevens over gezondheid vindt u bij het RIVM, bijvoorbeeld het Nationaal Kompas Volksgezondheid en de Nationale Atlas Volksgezondheid.

Leestips: kleine kernen

Kleine gemeenten hebben geen lokaal bureau voor statistiek en onderzoek. Zij vinden hun gegevens door 'eigenhandig' te zoeken of hiertoe opdracht te verlenen aan een externe partij. Welke bronnen kunt u als kleine gemeente raadplegen? Denk bijvoorbeeld aan de dienst Burgerzaken en Sociale Dienst, maar ook gewoon uw eigen gemeentegids. De handreiking 'Sociale structuurplannen in het landelijk gebied' biedt een kader en instrumenten om de situatie van kleine kernen in beeld te brengen. De lijst van objectieve gegevens op blz. 19 en 20 is overigens ook voor grotere gemeenten interessant om na te lopen.