Zelfredzaamheid en onderlinge zorg
Hoewel het begrip zelfredzaamheid veel gebruikt wordt, bestaat er geen algemene definitie van. U kunt in uw visiebepaling dus zelf aangeven wat u eronder verstaat. Ook kunt u aangeven wat u verwacht van uw burgers als het gaat om onderlinge zorg. Daarbij zijn drie typen onderlinge zorg te onderscheiden:
- tussen de leden van een samenlevingsverband (mantelzorg)
- tussen mensen die niet bij elkaar in huis wonen maar die elkaar wel kennen (hulp van buren of vrienden),
- in georganiseerd verband: waarbij de betrokkenen elkaar vooraf niet kennen (vrijwilligerswerk).



Vragen die u hierbij kunt beantwoorden zijn:
- wat kan de gemeente verplicht stellen (vergelijk het protocol gebruikelijke zorg uit de AWBZ)
- wat kan de gemeente gericht vragen (met de kans op weigering)
- hoe kan de gemeente rekening houden met geboden zorg (die ooit kan stoppen); denk daarbij zowel aan faciliteren en stimuleren als aan het vangnet, wanneer deze zorg wegvalt.
Leestips
De RMO schreef het rapport 'Verschil maken', een verkenning van het begrip 'eigen verantwoordelijkheid' na de verzorgingsstaat.
Het document 'De vraag centraal' van de gemeenten Ede en Veenendaal, september 2006 (PDF, 99 kb) bevat een aantal interessante passages met het oog op het onderwerp mantelzorg en zorg op buurtniveau. Vanaf pagina 9 leest u aanbevelingen hoe de vraag van mantelzorgers vertaald kan worden naar concrete initiatieven. Een prettig leesbare passage over informele hulp, de grenzen daaraan en de samenhang met professionele zorg vindt u op pagina 15. In bijlage 3, vanaf pagina 21 staan voorbeelden van initiatieven voor onderlinge zorg op buurtniveau.



