Financiën

Financiering van de Wmo loopt via direct beschikbare budgetten en budgetten die op termijn beschikbaar komen, al dan niet via derden. De direct beschikbare budgetten bestaan uit de middelen die uw gemeente op dit moment inzet voor diensten en faciliteiten die onder de Wmo-beleidsterreinen vallen, zoals het welzijnsaanbod, de WVG en de middelen voor OGGZ. Daarbij komen de budgetten die bij invoering van de Wmo worden toegevoegd aan het gemeentefonds, waarover in de septembercirculaire Gemeentefonds 2006meer te lezen staat. Op invoeringwmo.nl vindt u meer informatie over het onderwerp 'Financiën Wmo'. De gereedschapskist bevat diverse handreikingen over de financiële kant van de Wmo.

Iedere gemeente zal apart moeten inschatten of dit totaal nu en de komende vier jaar toereikend is voor het uitvoeren van de al bestaande en bijkomende nieuwe taken. Dit veronderstelt een schatting van het gebruik van de aan te bieden diensten en producten en eventuele ombuigingen die daarin over de jaren heen te maken zijn onder invloed van het ingezette beleid of veranderingen in de bevolkingssamenstelling.

Ruimte voor vernieuwing noodzakelijk

Reken u daarbij niet rijk. Vormen van informele zorg en andere initiatieven in de civil society vergen facilitering en vaak ook professionele ondersteuning. Wanneer een instelling op verzoek van de gemeente zijn dienstverlening wijzigt, zal dat in de eerste jaren frictiekosten met zich meebrengen. Afbouw van bestaand aanbod kost bijvoorbeeld nog geld, terwijl al geïnvesteerd wordt in nieuw aanbod. Het ontwikkelen van nieuw aanbod vraagt bovendien vaak in eerste instantie extra investeringen. Het is daarom aan te raden van begin af aan budgettaire ruimte te reserveren voor vernieuwing en verandering. Als ombuigingen op termijn extra budgettaire ruimte opleveren, kunt u dit weer aanwenden voor verdere vernieuwing.

Het loont de moeite om voor investeringen en innovaties alert te zijn op subsidiemogelijkheden van provincie, Rijk en de Europese Unie. Instellingen kunnen voor innovaties soms ook een beroep doen op fondsen. Innovatiefondsen zijn eerder bereid te betalen wanneer duidelijk is dat de gemeente de innovatie steunt en nu en in de toekomst de uitvoeringskosten wil financieren, vooropgesteld natuurlijk dat de innovatie het beoogde resultaat oplevert.

U kunt ook dekking vinden voor uw beleidsvoornemens door te zoeken naar medefinanciers, zoals

  • het Zorgkantoor
    ...als sprake is van activiteiten in het grijze tussengebied van Wmo en AWBZ (zoals hulp bij het huishouden met begeleiding of integrale wijkteams voor hulp op afroep),
  • de zorgverzekering
    ...als maatregelen een preventief effect hebben op ziekte en het gebruik van de gezondheidszorg (bijvoorbeeld sportactivering of psychosociale begeleiding door het AMW),
  • woningcorporaties
    ...als de maatregelen de waarde of verhuurbaarheid van hun vastgoed verhogen.

Een mooi voorbeeld van een woningcorporatie als samenwerkingspartner is de oprichting van één loket voor welzijn, werk en wonen door De Nieuwe Unie in Rotterdam, samen met andere partijen zoals deelgemeente Charlois.

Beleidsvoornemens kunnen ook resulteren in investeringen in bijvoorbeeld de wijkinfrastructuur of in accommodaties, of in bepaalde maatregelen voor de minima. De budgetten die hiermee gemoeid zijn, vallen waarschijnlijk niet onder de portefeuillehouder Wmo. Het gaat vaak om uitgaven die de begroting over een aantal jaren belasten. De uitvoering van zo’n maatregel moet dus in te passen zijn in de meerjarenbegroting van de betreffende dienst.