De filosofie achter de Wmo

Centraal in de Wmo staan de begrippen zelfredzaamheid en participatie, ook wel samengevat als het compensatiebeginsel. Iedere burger, ongeacht beperkingen, moet 'mee kunnen doen'. Dat betekent dat iedereen zijn huishouden kan voeren, zich kan verplaatsen in en rond huis, zich binnen zijn gemeente kan vervoeren en daardoor sociale contacten kan onderhouden. Dit wordt in de wet het compensatiebeginsel genoemd, waarvoor de verantwoordelijkheid bij de gemeenten gelegd wordt. Drie vooronderstellingen vormen de basis:

RMO-rapport Inhoud stuurt de beweging

Burgers, verenigingen, professionele voorzieningen en gemeente versterken elkaar met de Wmo. Samenwerking en afstemming zijn essentieel. De RMO heeft deze gedachte in 2006 uitgewerkt in drie scenario’s in het rapport ‘Inhoud stuurt de beweging', waarin steeds een andere partij het primaat krijgt. Deze scenario´s kunnen u ondersteunen bij de visieontwikkeling. Hoe plaatst u uw gemeente in de scenario´s, de bestuurscultuur, de inwoners, de maatschappelijke verbanden en organisaties en hun onderlinge verhoudingen? Wat herkent u wel en wat niet, waar verwacht u knelpunten?

Terugblik op oorspronkelijke verwachtingen

De SCP-publicatie 'Vermaatschappelijking in de zorg' biedt een interessante momentopname van het vermaatschappelijkingsproces van de zorg in 2005. Er is op dat moment nog vrijwel geen integraal aanbod ontwikkeld. Nieuwe voorzieningen blijken vooral bedoeld voor ouderen; voor andere doelgroepen is veel minder. De vrees bestaat dat een groter beroep op vrijwilligers en mantelzorgers tot overvraging leidt en daardoor tot overbelasting van het professionele zorgaanbod. De Wmo wordt gezien als kans om het tij te keren.