Burgers en gemeente

De Wmo veronderstelt een voortdurende dialoog en samenwerking tussen burgers en gemeente, zowel bij de beleidsontwikkeling als bij de uitvoering. In uw Wmo-visie verwoordt u uw eigen positie: hoeveel ruimte wilt u uw burgers geven en welke gevolgen heeft dat voor de invulling van uw eigen rol?

Vanzelfsprekend is het van belang in de eerste plaats de doelgroepen van maatschappelijke ondersteuning te betrekken bij beleidsontwikkeling, -uitvoering en –evaluatie. De Wmo richt zich echter op alle burgers. Niet alleen op de kwetsbare, ook op de draagkrachtige. Zij zijn niet alleen een potentiële doelgroep, zij maken deel uit van de sociale verbanden en informele zorgrelaties waar de Wmo juist vanuit gaat. Het is van belang hiermee rekening te houden in de visievorming en de beleidsvoorbereiding.

Leestips

Het rapport ‘Verschil maken’ van de RMO biedt u ondersteuning. Het gaat in op de verschuivingen die optreden, als u burgers op een andere manier betrekt bij beleid. Het toont hoe de gemeentelijke rol verandert en welke nieuwe opties voor sturing zich aandienen. De nieuwe houding ten opzichte van de inwoners van de gemeente heeft ook gevolgen voor de planning van beleid en voor de uitvoering.

Over het betrekken van burgers bij beleidsontwikkeling is informatie te vinden in de Handreiking Burgerparticipatie in de Wmo en bijvoorbeeld op invoeringwmo.nl. Ook kunt u te rade gaan bij de producten en diensten van het Instituut voor Publiek en Politiek.

De nota 'De vraag centraal' van de gemeenten Ede en Veenendaal, september 2006 bevat een passage met aansprekende stellingen voor een debat over de Wmo met diverse groepen: zie bijlage 1 op pagina 26.

Op www.instrumentenwijzer.nl van het Habitat Platform vindt u veel voorbeelden van burgerbetrokkenheid bij de leefomgeving.