Wat verandert er door de Wmo?

De Wmo vormt het wettelijk kader voor het beleidsplan. In een kadernotitie of visienota geeft u weer welke betekenis de Wmo heeft voor uw gemeente. Vrijwel alle gemeenten hebben deze inmiddels opgesteld. Deze beschrijft de gemeentelijke visie op:

De positie van de gemeentelijke overheid ten opzichte van haar inwoners wordt met de Wmo opnieuw gedefinieerd. Deze positie was op de verschillende deelterreinen anders: van verstrekkend en controlerend (bijv. bij de Wet voorzieningen gehandicapten) tot bepalend en organiserend (bijv. bij de uitvoering van de Welzijnswet). Het is deze verandering naar facilitator en regisseur die de Wmo zo vernieuwend maakt. Een voorbeeld van hoe een gemeente de Wmo nader invult: Haarlemmermeer wil de innovatieve geest van de Wmo benutten  (tijdschrift B&G / Bank Nederlandse Gemeenten april 2007).

De basis: visie op en kader voor het Wmo-beleidsplan

De basisnota of startnotitie beschrijft de visie van uw gemeente op maatschappelijke ondersteuning en geeft een beeld van knelpunten en onderzoeksthema´s. In de verordening voor individuele verstrekkingen is de visie vaak ook weergegeven. Samen met het collegeprogramma vormt de startnotitie het fundament van het beleidsplan. In de meeste gemeenten is er na de startnotitie een kader- of speerpuntennota geschreven ter voorbereiding op het Wmo-beleidsplan. Ook hebben verschillende gemeenten een Wmo-plan 2007 geschreven, met de bedoeling om eind 2007 het uitgewerkte Wmo-meerjarenbeleid vastgesteld te hebben. 

In de startnotitie kunt u relaties leggen met het gezondheidsbeleid, WWB, vrijwilligerswerkbeleid en bijvoorbeeld jeugdbeleid. Ook herijking van bestaand beleid kan een uitgangspunt zijn. Sommige startnotities zijn een gezamenlijk product van buurgemeenten. In veel gemeenten zijn burgers en lokale organisaties bij de opstelling ervan betrokken.

Voorbeelden van startnotities en kadernota's vindt u hier.