Samenwerking

Gemeenten die al met buurgemeenten samenwerken, zullen dit waarschijnlijk ook doen bij het ontwikkelen en uitvoeren van Wmo-beleid. In 2006 hebben al veel gemeenten samengewerkt bij het aanbestedingstraject voor hulp bij het huishouden en bij de voorbereiding van de verordening. Vaak hebben ze dan ook een gemeenschappelijke kadernota of uitgangspuntennota opgesteld of samen een inventarisatieonderzoek laten doen naar doelgroepen of naar de omvang en samenstelling van het aanbod.

Samenwerking met andere gemeenten bij de uitwerking van het Wmo-beleid kan betekenen dat u ervoor kiest om bijvoorbeeld cliëntenraadpleging of overleg met aanbieders gezamenlijk te doen of dat u het maken van concept-teksten over uit te werken beleidsthema’s verdeelt. Ook kunt u samen een onderzoek (laten) uitvoeren, samen een communicatieplan opstellen en uitvoeren (daarbij ook samen folders en brochures laten maken) of samen een adviseur of projectmedewerker aanstellen.

Bij sommige onderdelen van de Wmo is bovenlokale samenwerking bijna een must, bijvoorbeeld rond de prestatievelden 7, 8 en 9 waar de centrumgemeente in ieder geval haar regiogemeenten moet raadplegen. Zie hiervoor bijvoorbeeld hoofdstuk 5 van de Handreiking OGGZ uit de gereedschapskist Wmo. Bovenlokale samenwerking is ook onontbeerlijk als u de kleinere doelgroepen wilt bereiken die soms op gemeentelijk niveau niet rendabel te bereiken zijn. Denk aan zorg/ontmoetingsvoorzieningen voor zeer specifieke subgroepen, zoals doven en slechthorenden of homoseksuelen en transgenders. In het Wmo-beleidskader van de Drechtsteden wordt duidelijk gekozen voor samenwerking rond prestatieveld 6, inclusief een uitwerking van een samenwerkingsorganisatie en afspraken over de financiering. Wanneer in het verleden een regionaal opererende voorziening veel expertise heeft opgebouwd, is het voorkomen van teloorgang daarvan ook een reden om deze via regionale samenwerking in stand te houden. In Zeeland is bijvoorbeeld op provinciaal niveau samengewerkt rond mantelzorg.

Bovenlokale samenwerking veronderstelt dat de betrokken gemeenten voldoende op één lijn zitten. Een goede inhoudelijke voorbereiding van gezamenlijke acties is dan ook heel belangrijk. Samenwerking kan anders gemakkelijk op een mislukking uitlopen. U zult altijd voor uzelf moeten afwegen of de efficiency-winst opweegt tegen een niet optimaal op uw wensen afgestemd resultaat. Zie voor meer informatie bijvoorbeeld de Handreiking Wmo en samenwerking tussen gemeenten en het bijbehorende memo wijzigingen, uit de gereedschapskist Wmo. Kijkt u ook bij het onderwerp samenwerking in 'Wat voor gemeente zijn we nu?' op deze site.

Naast de samenwerking bij de beleidsvoorbereiding is samenwerking bij de uitvoering van de Wmo ook iets waar u in het beleidsplan aandacht aan besteedt. Het is belangrijk dat u dan uw beleidsvoornemens zo veel mogelijk op elkaar afstemt. Veel regio’s hebben al samenwerkingsconvenanten en gemeenschappelijke regelingen over Wonen-Welzijn-Zorg en over OGGZ. Ook voor de informatie- en adviesfunctie kan samenwerking veel voordelen opleveren (gezamenlijke investeringen in ICT en actueel houden van de sociale kaart, het bieden van gespecialiseerde cliëntondersteuning in een backoffice). Zie bijvoorbeeld ook de drie publicaties uit de gereedschapskist Wmo over de loketfunctie:
Loketten in de Wmo - Visie
Loketten in de Wmo - Uitvoering
Loketten in de Wmo - Instrumenten