Interne organisatie
Veel gemeenten brengen de Wmo-voorbereiding onder bij een afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling of Welzijn, met de verantwoordelijk wethouder als portefeuillehouder. Betrokkenheid van WVG-beleidsmedewerkers die vaak bij de gemeentelijke sociale dienst zitten, ligt sowieso voor de hand.
De kennis en informatie, maar ook de externe contacten die u nodig hebt bij de voorbereiding van de Wmo zijn vaak verspreid over veel verschillende functionarissen, afdelingen en diensten. Een goede communicatie hierover bespaart tijd en geeft kwaliteitswinst.




Als u een zo groot mogelijke synergie wilt bereiken tussen uw Wmo-beleid en aanpalende beleidsterreinen, is samenstelling van een brede projectgroep een aanrader, of bijvoorbeeld thematische werkgroepen met beleidsmedewerkers uit alle relevante beleidsterreinen.
Het aantal en de kwaliteit van de medewerkers, die bij de voorbereiding en uitvoering van de Wmo betrokken zullen zijn, hangt niet alleen af van de grootte van uw gemeente maar hangt ook samen met de manier waarop u bijvoorbeeld burgers en relevante organisaties betrekt, hoe u invulling geeft aan uw regierol en welke accenten u gaat leggen bij de uitvoering van de Wmo.
Meer informatie over (mogelijke) gevolgen van de Wmo voor de interne organisatie vindt u in de handreiking 'De Wmo en de gemeentelijke organisatie' en het bijbehorende memo wijzigingen uit de Wmo-gereedschapskist.



