Burger- en cliëntenparticipatie
De manier waarop u burger- en cliëntenparticipatie invult, hangt nauw samen met de door u gewenste verdeling van de verantwoordelijkheid tussen uw gemeente en haar burgers. In de voorbereiding van het beleidsplan kiest u daarin een positie. In de gereedschapskist vindt u een brede Handreiking over Burgerparticipatie.




De klassieke aanpak
Klassiek is de invulling waarin de gemeente het voortouw neemt, beleidsthema’s kiest en beleidsvoornemens in een inspraakprocedure aan burgers en relevante organisaties voorlegt. De gemeente beslist welke reacties wel en welke niet worden verwerkt.
Interactieve beleidsvorming
De Wmo geeft de mogelijkheid om burgers veel meer eigen ruimte te geven. Er is dan sprake van co-producties of overheidsparticipatie bij bewonersinitiatieven. Bewoners stellen zelf thema’s aan de orde en doen voorstellen. Uw gemeente stelt zich vragend, uitnodigend, dienstbaar en faciliterend op, in plaats van sturend en richtinggevend.
Voorbeelden van interactieve beleidsvorming
1) Een voorbeeld van interactieve vormgeving van prestatieveld 4 vindt u in de nota 'De vraag centraal, gemeenten Ede en Veenendaal (PDF 99 kb). Dit document doet verslag van gesprekken die in de periode van april – juni 2006 hebben plaatsgevonden in een Wmo-klankbordgroep. In een viertal bijeenkomsten is geprobeerd om het probleem van de mantelzorgers vanuit hun leefwereld te benaderen.
2) Een ander interessant voorbeeld uit Veenendaal, is de beleidsconferentie die zij oktober 2007 organiseerde. Tijdens deze conferentie gingen gemeente, burgers en organisaties in workshops met elkaar in gesprek. In dit verslag vindt u per Wmo domein een korte weergave van de workshops.
3) Een derde voorbeeld is de wijze waarop de gemeente Amersfoort interactieve beleidsvorming aanpakt: zij legt 6 beleidsvragen mét de 3 RMO-scenario's voor aan burgers op wijkniveau.
4) Een vierde voorbeeld is deze Groningse methodiekbeschrijving van interactieve beleidsvorming.
5) De gemeente 's Hertogenbosch heeft burger- en cliëntparticipatie gecombineerd aangepakt. Lees hier hun collegevoorstel en convenant.
6) Het digitale forum van de gemeente Nijmegen geldt als laatste interessante voorbeeld.
RMO: wees helder en beweeg mee
Het rapport ‘Verschil maken’ van de RMO geeft een overzicht van de dilemma’s en knelpunten die optreden wanneer een overheid burgers echt de ruimte en verantwoordelijkheid geeft voor een eigen invulling van bijvoorbeeld een Wmo-uitwerking. De RMO noemt als randvoorwaarde dat uw gemeente heel helder is over het kader: dat wat in ieder geval niet mag of kan gebeuren. Verder waarschuwt zij voor mislukking als u de samenwerking met uw burgers aangaat vanuit een verborgen agenda (de burger mag het zelf bedenken, maar de uitkomst moet wel zijn wat de gemeente heeft bedacht). Het primaat geven aan bewonersinitiatieven, betekent dat u bereid bent verschillen in invulling van ondersteuningsmogelijkheden binnen uw gemeente te accepteren. Omdat bewoners en bewonersinitiatieven sterk zullen verschillen, zal de rol van u als gemeente daarin mee moeten variëren. Denk aan keuzes als hoeveel ruimte wordt gegeven, welke vormen van ondersteuning nodig zijn, hoe het kader eruit ziet dat u stelt en hoe u de betrokken bewoners aanspreekt op de verantwoordelijkheid die ze krijgen.
Moeilijk bereikbare groepen
De Wmo vraagt u in het bijzonder aandacht te besteden aan de behoeften van specifieke groepen in de bevolking die niet gewend of in staat zijn gebruik te maken van inspraakmogelijkheden. Denk aan daklozen, geïsoleerde (licht dementerende) ouderen, allochtone vrouwen die de Nederlandse taal niet machtig zijn en zelden hun huis verlaten of mensen met een zintuiglijke beperking. Zij zijn ook niet altijd in beeld bij gevestigde cliëntenorganisaties. In de gereedschapskist Wmo vindt u de handreiking 'speciale doelgroepen van de Wmo' en de handreiking 'Wmo en laaggeletterdheid'. Op de site van Spectrum Gelderland vindt u tips om contact te leggen met allochtone burgers, waaronder het advies om outreachend te werken en de mensen zelf 'op te zoeken'. MOVISIE ontwikkelde een handreiking voor hoe gemeenten kunnen omgaan met seksueel diverse doelgroepen (denk aan homoseksuelen, transgenders): 'handreiking seksuele diversiteit in de Wmo'. De Nijmeegse adviescommissie homo-/lesbisch beleid bood haar gemeente een schriftelijk advies aan over de prestatievelden 1 t/m 5 en burgerparticipatie (PDF, maart 2007). Zorgbelang Gelderland bracht in 2006 een makkelijk leesbare voorlichtingsbrochure uit over de Wmo in het bijzonder gericht op mensen met een (lichte) verstandelijke beperking.
Bewonersparticipatie in kleine en middelgrote gemeenten
In de publicatie 'Dorpsbewoners maken het dorp; toolkit bewonersparticipatie platteland' worden vijf methodieken voor het voetlicht gebracht waarmee dorpsbewoners hun dorp heel precies in kaart kunnen brengen: (1) Dorpsspiegel, (2) PALED-methode, (3) Dorpswaardering, (4) Keukentafelgesprekken en (5) Countryside Exchange. De methodieken hebben stuk voor stuk hun waarde in de praktijk bewezen. Gemeentes en dorpsorganisaties kunnen met dit concreet toepasbare instrumentarium direct aan de slag. U kunt de publicatie vooralsnog alleen als papieren versie bestellen via kennisplein@movisie.nl. Een uittreksel uit de publicatie vindt u op de Kansenkaart.
In de 'Communicatie gemeenten-bewoners' (2004) vindt u een beschrijving van de visie en werkwijzen van de Peelgemeenten t.a.v. interactieve beleidsvorming. Processen worden met elkaar vergeleken, waarna in beeld wordt gebracht wat de noodzakelijke voorwaarden zijn voor een interactieve aanpak. De brochure 'Communicatie dorpsraad-gemeente' (Vereniging Kleine Kernen Limburg, 2005) gaat specifiek in op het versterken van de inbreng en betrokkenheid van dorpsraden in het proces.
Voor kleine en middelgrote gemeenten schreef onderzoeksbureau E&S de Wmo-handreiking 'Met beide voeten op de grond'. Hoofdstuk 4 hiervan gaat over burgerparticipatie.



