Het beleidsplan

Wat moet er minimaal in de Wmo-nota beschreven worden?

De gemeente is na het eerste jaar van de Wmo verplicht om elke vier jaar een beleidsplan op te stellen. B&W werkt daartoe binnen de door de raad gestelde kaders een of meer beleidsplannen uit over het te voeren beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning.

In het plan dient in ieder geval te worden aangegeven:

  • wat de gemeentelijke doelstellingen zijn op de prestatievelden;
  • hoe het samenhangende beleid wordt uitgevoerd en welke acties worden ondernomen in de periode die het plan bestrijkt;
  • welke resultaten de gemeente wenst te behalen in de periode die het plan bestrijkt;
  • welke maatregelen de raad en het college van B&W nemen om de kwaliteit te borgen van de uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning;
  • welke maatregelen worden genomen om de keuzevrijheid te bevorderen voor degenen aan wie maatschappelijke ondersteuning wordt verleend.

Daarnaast moet het plan de resultaten van het meningvormende totstandkomingsproces met burgers en organisaties beschrijven.

Bovenstaande tekst én een mogelijke inhoudsopgave voor het Wmo-beleidsplan vindt u in de 'Algemene handreiking 1' van het implementatiebureau. Daarnaast kunt u gebruikmaken van deze handige itemlist waarin de meest essentiële onderdelen van het beleidsplan aan bod komen (31 juli 2007, ministerie van VWS - DMO / WMO).

Is er een wettelijke datum gesteld waarop de gemeente het beleidsplan uiterlijk moet hebben vastgesteld?

In de wet is op zich geen einddatum vastgelegd. Indien een gemeente het niet redt om voor 1 januari 2008 het beleidsplan af te ronden, dient zij dit te verantwoorden aan de raad en de burgers.

Waar vind ik voorbeelden van Wmo-beleidsplannen die inmiddels gereed zijn?

Onder de knop 'Voorbeeldplannen' op deze site vindt u voorbeeldplannen.