Grote gemeenten: > 100.000 inwoners

Met behulp van deze vragenlijst is vast te stellen hoe de onderlinge cohesie in een buurt is: nulmeting onderlinge betrokkenheid, ontwikkeld door bureau Decide voor de gemeente Groningen. In april 2007 verschijnt een nieuwe versie.

De SEV heeft i.s.m. het Centrum voor Dienstverlening onderzoek gedaan naar de wensen en huisvestingsmogelijkheden van buiten slapende daklozen in Rotterdam. Op basis van de uitkomsten wordt nu gezocht naar de mogelijkheden van een sociale camping. Lees meer in 'Wat doet de buitenslaper?'

Het gebruik van het systeemmodel, de nadruk op preventie en de manier waarop de verschillende doelgroepen en prestatievelden worden benaderd, geven de visienota van de gemeente Drimmelen een vernieuwend karakter: 'Maatschappelijke ondersteuning van wieg tot graf'.

Blik op informele netwerken, onderzoek naar informele netwerken binnen de gemeente Ede is een lezenswaardige publicatie.

In het Bredase verslag 'Over schuttingen en geraniums deel 2' worden de behoeften van doelgroepen beschreven op het gebied van vrijetijdsbesteding. Het huidige aanbod wordt hiernaast gelegd, waarmee witte vlekken zichtbaar worden.

In het onderzoek 'Oog voor elkaar' (gemeente Breda, september 2006) wordt bekeken hoe de organisaties hun aanbod voor mensen met beperkingen nu hebben georganiseerd en wat de regierol van de gemeente inhoudt.

In De dragers van de Wmo centraal, Ede/Veenendaal (Word, 82 kb) inventariseren de beleidsmakers de huidige situatie en aanbieders, maar doen ook voorzetten voor vernieuwingen en speerpunten voor beleid: bladzijde 3-6 en het afrondende hoofdstuk.

Het beleidsplan OGGZ van de gemeente Leeuwarden (PDF) is een goed voorbeeld van een uitwerking op prestatieveld 8.

De uitvoeringsnotitie 'Vrijwilligerswerk en mantelzorg' van de gemeente Alphen aan den Rijn is een voorbeeld van een deelplan op prestatieveld 4.

Een mooi voorbeeld van een woningcorporatie als samenwerkingspartner is de oprichting van één loket voor welzijn, werk en wonen door De Nieuwe Unie in Rotterdam, samen met andere partijen zoals deelgemeente Charlois.  //

In de publicatie De vraag centraal, gemeenten Ede en Veenendaal leest u hoe genoemde gemeenten de begrippen zelfredzaamheid en civil society hanteren. Op pagina 2 vindt u een uitwerking van het concept civil society, een definitie en een missie gericht op 'de civil society'. In bijlage 2, vanaf pagina 20 treft u een schaal voor sociale samenhang die door opbouwwerkers in Rotterdam is ontwikkeld.

Pagina 39 e.v. en de aanbevelingen vanaf pagina 50 van het Civiq-rapport Blik op informele netwerken, onderzoek naar informele netwerken binnen de gemeente Ede geven inzicht in methodieken voor het opbouwen van informele netwerken door bewoners. Ook leest u hoe de lijnen tussen professionele ondersteuning en het informele netwerk gelegd kunnen worden. Ook is er aandacht voor de rol van de gemeente in de ontwikkeling en uitvoering van methodieken.

De RMO schreef het rapport 'Verschil maken',  een verkenning van het begrip 'eigen verantwoordelijkheid' na de verzorgingsstaat.

Het document 'De vraag centraal' van de gemeenten Ede en Veenendaal, september 2006 (PDF, 99 kb) bevat een aantal interessante passages met het oog op het onderwerp mantelzorg en zorg op buurtniveau. Vanaf pagina 9 leest u aanbevelingen hoe de vraag van mantelzorgers vertaald kan worden naar concrete initiatieven. Een prettig leesbare passage over informele hulp, de grenzen daaraan en de samenhang met professionele zorg vindt u op pagina 15. In bijlage 3, vanaf pagina 21 staan voorbeelden van initiatieven voor onderlinge zorg op buurtniveau.

Een mooi voorbeeld van een woningcorporatie als samenwerkingspartner is de oprichting van één loket voor welzijn, werk en wonen door De Nieuwe Unie in Rotterdam, samen met andere partijen zoals deelgemeente Charlois.

Beleidsvoornemens kunnen ook resulteren in investeringen in bijvoorbeeld de wijkinfrastructuur of in accommodaties, of in bepaalde maatregelen voor de minima. De budgetten die hiermee gemoeid zijn, vallen waarschijnlijk niet onder de portefeuillehouder Wmo. Het gaat vaak om uitgaven die de begroting over een aantal jaren belasten. De uitvoering van zo’n maatregel moet dus in te passen zijn in de meerjarenbegroting van de betreffende dienst.

De nota 'De vraag centraal' van de gemeenten Ede en Veenendaal, september 2006 bevat een passage met aansprekende stellingen voor een debat over de Wmo met diverse groepen: zie bijlage 1 op pagina 26.

De gemeente Rotterdam heeft op bladzijde 12 van haar startnotitie 'De Wmo in Rotterdam' (PDF, 120 kb) een 'Wmo-ladder' opgenomen. Dit is een visualisatie van de samenhang tussen de verschillende voorzieningen en -niveaus: van licht, stimulerend en preventief tot zwaar en vooral probleemoplossend. Dit materiaal is erg geschikt voor een visiestuk waarin de integraliteit van de Wmo wordt toegelicht.